barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Laatste artikelen

Begin 2014 kreeg ik van promoter Frank Roszak een single toegestuurd van Scott Ellison. Dat was mijn eerste kennismaking met deze man. Toen schreef ik dat deze smaakte naar meer. Dat volgde anderhalf jaar later in de vorm van het album “Elevator Man”. Op een – naar mijn mening – enkele misser na was dit in het geheel geen teleurstelling. En nu is onlangs de opvolger hiervan, “Good Morning Midnight” verschenen. Ellison, geboren in Tulsa, Oklahoma, speelde in 1981 in de band van Clarence ‘Gatemouth’ Brown en was na zijn verhuizing naar Los Angeles te horen achter de Drifters en Gary ‘US’ Bonds. Vanaf begin negentiger jaren is hij bezig als soloartiest en heeft hij net zijn tiende album uitgebracht.

Op dit album “Good Morning Midnight” staan dertien nummers, waarvan twaalf zogenaamde originals. Deze twaalf zijn door Ellison in samenwerking met een aantal van zijn collega’s geschreven. Scott Ellison is zelf te horen als zanger, op diverse gitaren en bas. Gesteund wordt hij door een groot aantal klassemuzikanten. We horen een combinatie van rockende blues, ballads en soulnummers. Prima gecomponeerd en uitstekend uitgevoerd. Het album begint met het swingende gospelnummer “Sanctified”, waarmee meteen de toon is gezet. Verdere nummers die een extra vermelding verdienen zijn de slowblues “Gone For Good” en het rockende “Another Day In Paradise”.

Een album waarop veel te genieten is. Prima nummers, goed geschreven en uitgevoerd. Een aanrader.

Website: www.scottellisonblues.com

Reacties (1)

Captain Morgen Express is een bluesband uit Utrecht, die drie jaar geleden lof oogstte met hun EP “Urban Cowboy” en sindsdien met hun optredens. De band bestaat uit Johnny ‘Boy’ Brouwer (zang, bluesharp), Hans Gerrietsen (gitaar), Phil Admiraal (bas) en Frank Boot (drums). Wat geboden wordt is een combinatie van boogie en blues, zowel dat uit het diepe zuiden van de VS als uit Chicago.

Onlangs is het eerste album van Captain Morgan Express verschenen met de titel “Fistful Of Dirt”. Op deze cd treffen we twaalf nummers aan, die zich allemaal in het hierboven genoemde genre bevinden. In de bij de cd meegeleverde informatie lees ik dat de opnamen zijn gemaakt in de eigen Utrechtse oefenruimte. Het resultaat is dat de nummers hierdoor puur klinken en dicht bij het livegeluid blijven. En ik denk dat dit livegeluid ook de kracht van de band is: spontaan en puur, geen fratsen, gewoon goede blues en boogie. Op de website staat dat zij zich hebben laten loodsen door de Red Devils, The Hoax en Sean Costello. Zelf wil ik daar nog graag een naam aan toe voegen. Zeker de boogienummers met het samenspel tussen gitaar en bluesharp doen mij denken aan de vroege Livin’ Blues. Luister bijvoorbeeld maar eens naar “Catfish Blues”. Ik vind dat Captain Morgan Express met “Fistful Of Dirt” een prima cd hebben gemaakt, dat een uitstekend visitekaartje vormt voor de band. Er is voldoende te genieten met de uitstekend uitgevoerde en opwindende nummers. Grote klasse.

Website: www.captainmorganexpress.nl

Reacties (1)

De in 1974 in Lissabon geboren zangeres heeft in haar vaderland al de nodige stappen gezet. Als tiener zong zij al en zij heeft haar stem geleend aan diverse bands en projecten. In 2010 richtte Orlanda het Orlanda Guilande Quarteto op, waarmee ze jazz maakt, en zingt zij gospel in een aantal koren. In 2012 verlegt zij haar aandacht naar rock en blues.

Onlangs is haar eerste solo-cd, de EP “Guilande” verschenen met vier nummers die zich duidelijk in de rock en blues bewegen. Orlanda heeft een prima stem voor dit genre. Een enorm bereik met uitstekende techniek, fluisterend en meespelend, maar ook brullend als het moet. De EP is een fraai visitekaartje voor deze zangeres. Vier prima nummers, die smaken naar meer.

Website http://orlandaguilande.blogspot.nl/

Reacties (1)

Als een albumtitel toepasselijk is dan geldt dat wel voor “Well, It’s About Time”, de nieuwe cd van zanger Andrew Chapman. Al vanaf de late zestiger jaren komen Chapman, drummer Tony Braunagel en gitarist / toetsenist Terry Wilson elkaar tegen en hebben in de daaropvolgende jaren in diverse bands gespeeld. Op een gegeven moment heeft Chapman genoeg van de muziekindustrie en wijdt hij zich aan een succesvolle carrière in hotelmanagement en investment banking. Tock kruipt het bloed waar het niet gaan kan en toen Wilson en Chapman elkaar een tijd geleden weer eens tegenkwamen waren plannen voor een cd snel gesmeed.

Ook Braunagel is van de partij, alsmede collega’s als Teresa James (toetsen, zang), John ‘Rabbit’ Bundrick (toetsen) om er maar een paar te noemen. De productie was in handen van Wilson en Chapman. Op het album staan dertien nummers, waarvan er vijf van Chapman en drie van Wilson. Wat stijl betreft moeten we denken aan goede eerlijk rockende blues. Van begin tot eind klinkt het heel prettig. Andrew Chapman heeft een goede stem met dat rauwe randje, dat zo prima bij deze stijl hoort. Nummers die een vermelding verdienen zijn de blues “That Takes Some Balls” van Wilson, de ballad “Talk To Me”, dat we kennen van Little Willie John, en het pittige “Bag Of Bones”.

Een prima cd en de hoogste tijd dat de heren weer eens samen de studio in zijn gedoken. “It was about time, indeed”

Website: www.jojotunes.com

Reacties (2)

De uit Vancouver Island, Canada afkomstige Jason Buie is een gitarist die de wereld al heeft gezien. Hij heeft gespeeld in Canada, de VS en ook Europa en Japan heeft hij bezocht. Zijn stijl valt het best te omschrijven als goed rockende blues met invloeden van funk en soul. Naast muzikant is hij oprichter van de White Rock Blues Society, die de kans geeft aan bluestalent om zich te profileren, en bemoeit hij zich met een ‘blues in the schools’-programma in British Columbia.

Met “Driftin’ Heart” is onlangs zijn derde cd verschenen na de eerder goed ontvangen “Urban Blues” (2002) en “Live At The Blue Gator” (2009). Op het nieuwe album staan twaalf goed gemaakte nummers, die zich allemaal binnen het bovengenoemde stramien bewegen. Het gitaarspel van Buie is melodieus en smaakvol te noemen. Hij wordt begeleid door George Fenn (basgitaar), John Hunter (drums) en David Webb (hammond en piano). Stuk voor stuk goede muzikanten, die een stevige basis vormen voor Buie. Het begin is stevig met “Fool From The Start” en variërend tussen goed rockende blues als “12 O’Clock Check Out” en “You’re So Sweet” en wat rustigere nummers als het titelnummer “Driftin’ Heart” wordt de luisteraar door het album geleid. Gewoon een lekker rockende bluesplaat. Genieten dus.

Website: www.jasonbuieband.com

Reacties (3)

Nadat hij twee jaar geleden was teruggekeerd van zijn muzikale sabbatical heeft Rodney DeCroo er blijkbaar weer zin in gekregen. In 2004 verscheen zijn debuut-cd en na een aantal succesvolle albums besloot hij in 2010 afscheid te nemen van de muziek. Niet dat hij is stil gaan zitten, want hij bleef actief als dichter en toneelschrijver. De in Vancouver woonachtige DeCroo keerde in 2015 terug met het goed ontvangen en succesvolle album “Campfires On The Moon” en onlangs is bij Tonic Records zijn nieuwste cd “Old Tenement Man” verschenen.

De productie was in handen van Laurie Matheson, die ook gitaar, toetsen en bas bespeelt. En verder horen we drummer Chris Dodge als begeleider van DeCroo. Zoals ik al aangaf is DeCroo naast muzikant en liedjesschrijver ook dichter en toneelschrijver. De teksten zijn mooi en beeldend, soms lyrisch en surrealistisch te noemen. En de muziek is aantrekkelijk, ligt goed in het gehoor en is stevig dan op zijn vorige plaat. Maar de muziek is de verpakking, waar het hier bovenal om gaat zijn de teksten. Luister wat dat betreft eens naar de opener “Jack Taylor”, een lied over de moordenaar van zijn vermoorde vader. De moordenaar wordt hier een persoon, een mens. Zonder dat hij hem vergeeft, want de haat druipt er van af. Als verhalenverteller is Rodney DeCroo als geen ander in staat om de luisteraar vast te houden. Voorbeelden hiervan zijn “Ten Thousand Feet Tall” en “Half Blind Crow” om er maar twee te noemen. Met het rockende “The Barrel Has A Dark Eye” wordt de cd afgesloten met een blik over de wereld van vandaag.

Een grandioos album van deze geweldige tekstschrijver/dichter/muzikant. Een absolute aanrader.

Website: www.rodneydecroo.com

Reacties (2)

Inmiddels is hij 71 jaar oud, deze in New York geboren Doug MacLeod. Zijn debuut-cd “No Road Back Home” verscheen in 1984 en met “Break The Chain” heeft hij onlangs zijn – als ik goed heb geteld – vijfentwintigste album uitgebracht. MacLeod is een van de weinige artiesten die uitsluitend zijn eigen nummers opneemt. Mensen als Albert King, Eva Cassidy, Joe Louis Walker en vele anderen hebben zijn songs vertolkt. Tijdens zijn carrière heeft hij een kastvol nominaties en prijzen weten te vergaren.

Op “Break The Chain” staan – uiteraard - twaalf zelfgeschreven nummers. Hij wordt begeleid door Denny Croy (bas), Jimi Bott (drums), Oliver Brown (percussive) en Dougs zoon Jesse MacLeod (gitaar). In het boekje schrijf Doug dat ‘this music is played by humans for humans’ zonder overdubbing en manipulaties. Zoals het is gespeeld staat het op de plaat. Hierdoor is het ‘live’-gevoel in stand gebleven. Zijn nummers zijn kleine in muziek verpakte verhalen. Fraaie voorbeelden hiervan zijn “Mr. Bloozeman” over de muzikant die zo graag de blues willen spelen, maar het net niet kunnen, “What The Blues Means To Me”, een gesproken tekst, waarvan de titel alles al zegt, “L.A. – The Siren In The West” over hen die worden aangetrokken door het leven in Los Angeles, maar die daar snel met deceptie moeten leren leven. Genieten is het vooral in “One For Tampa Red”, een instrumentaal nummer waarin MacLeod en Croy elkaar prachtig aanvullen, en het mooi gezongen “Going Home”, waarin hij vertelt dat niemand hier zal blijven. Een prachtige cd.

Website: www.doug-macleod.com

Reacties (2)

Hij heeft er even tijd voor genomen. In 1995 waren al vier nummers opgenomen, die al die jaren op de plank zijn blijven liggen. In 2015 en 2016 zijn er nog zes opgenomen en deze tien zijn nu op het debuutalbum van Johnny Ray Jones verschenen. Jones is geen nieuweling in het wereldje; het draait al decennia mee. Het zingen heeft hij geleerd van Sam ‘Bluzman’ Taylor  en Tina Mayfield, de vrouw van Percy. Hij heeft zelfs nog opgetreden met Big Joe Turner en heeft het podium en studio gedeeld met vele anderen.

En nu is er eindelijk een eigen album, “Feet Back In The Door”. De productie van het album was in handen van Jones, Tony Braunagel en Johnny Lee Schell. Laatstgenoemden zijn ook te horen op respectievelijk drums en gitaar. Verder bestaat de band uit toetsenman Mike Finnigan, bassist James ‘Hutch’ Hutchinson en diverse andere collega’s. We horen een uitstekende vorm van soulvolle blues. Jones heeft een mooie volle stem, die uitstekend in het genre past. Van de tien nummers is er een door hem zelf geschreven, de rest is covers van onder meer Arthur Adams, Allen Toussaint en Leon Russell. Er is niets tegen het vertolken van andermans materiaal, zo lang de artiest er een eigen draai aan geeft. En dat gebeurt hier ook. Bijzonder mooi zijn naar mijn mening “Hole In Your Shoe” van Sam Taylor, waarin Coco Montoya op gitaar meespeelt, “I’m A Blues Man”, dat bekend is van ZZ Hill, en het swingende Leon Russell nummer “Hearts Have Turned To Stone”.

Eindelijk dan een cd van een prima artiest die ons te lang onthouden is. Een aanrader.

Website: https://www.facebook.com/johnnyrayjones1/

Reacties (3)

Gary Cain is een jonge Canadese gitarist, die in relatief korte tijd een naam voor zichzelf heeft weten te maken. Vanaf zijn twaalfde speelt hij gitaar door onder meer Angus Youngs solo’s na te spelen. Het vak en het klappen van de zweep leert hij door veel op te treden in diverse band. Het powertrio de Gary Cain Band wordt gecompleteerd door de ervaren drummer Don McDougall en de bassist Tom Nagy. Na een eerdere EP, “The Holborn Sessions” is nu de eerste volwaardige cd van de band verschenen onder de naam “Twangadelic Bluesophunk”.

De titel dekt de lading wel zo’n beetje. Funky blues – bluesrock eigenlijk - met veel gitaarwerk. De tien nummers op de cd zijn door Cain zelf geschreven. Gary Cain is een uitstekende gitarist met een razendsnel vingerwerk, wat hij dan ook veelvuldig laat horen. Dat begint al meteen bij het eerste nummer “Live Wire” en we zullen het vaker op de cd tegenkomen. En dat is wat mij betreft ook meteen de zwakte van “Twangadelic Bluesophunk”. Er wordt goed gemusiceerd, op de nummers is niets aan te merken, die zitten goed in elkaar. Maar de gitaarsolo’s – en daar drijft het album wel zo’n beetje op – bestaan grotendeels uit het vingervlugge snarenwerk. Twee of drie nummers die neigen naar ‘minder is meer’ zouden voor een betere variatie kunnen zorgen. Mijn favoriete nummers zijn dan ook de boogie “Got Me Where You Want Me” en de instrumentale, wat langzamere blues “Faith Healer”.

Website: www.garycainband.com

Reacties (1)

De Paradise Kings is een rockende bluesformatie uit Santa Barbara, Californië. De band bestaat uit Henry Garrett (zang), Jeff Gring (gitaar), George Lambert (drums), Jan Ingram (2e stem) en Bob Gross (bas), stuk voor stuk muzikanten met ruime ervaring. Ongeveer een jaar heleden is Paradise Kings opgericht en nu is hun debuutalbum “Controlled Burn” verkrijgbaar.

Nadat ik het album een paar keer heb beluisterd ben ik tot de conclusie gekomen dat het gewoon heel erg goed is wat zij doen. Zoals gebruikelijk in de (stevige) blues eisen zanger en gitarist de meeste aandacht op. Maar de band functioneert als geheel. En het rockt en swingt van begin tot einde. Gewoon lekker stevige blues, geen fratsen, no-nonsense, gewoon gaan. Soms neigt het wat naar boogie a la ZZ Top, dan horen we weer wat funk. Met het eerste nummer, het rock ’n roll nummer “’69 Chevy” laat meteen een goede eerste indruk achter. Bij “Butter Me Up” gaan de voetjes echt van de vloer. En zo gaat de rest van het album. Mijn persoonlijke favorieten zijn “Poor Me, Poor Me, Pour Me Another Drink” dat wat aan de hierboven genoemde Texasrockers doet denken, en de slowblues “Patience”, waarmee de cd wordt afgesloten. Een prima debuut.

Website: www.paradisekings.net

Reacties (3)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl