barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Laatste artikelen

De uit Philadelphia afkomstige Vanessa Collier werkt met succes aan haar nog jonge carrière. In 2013 studeerde zij af aan het Berklee College of Music. Zij heeft de wereld rondgetoerd, met diverse bekende en minder muzikanten op het podium gestaan (Buddy Guy is helemaal weg van haar), een aantal BMA-nominaties op haar naam staan en inmiddels drie solo-cd’s uitgebracht. Vanessa Collier is het meest bekend van haar saxofoonspel. En daarnaast speelt zij ook gitaar, zingt en schrijft haar eigen nummers.

Haar recente cd “Honey Up” is door middel van crowdfunding gefinancierd. Hierop wordt zij begeleid door haar vaste band, bestaande uit Nick Stevens (drums), Nick Trautmann (bas), Sparky Parker (gitaar) en William Gorman (toetsen), aangevuld met gitariste Laura Chavez, trombonist Quinn Carson en trompettist Doug Woolverton. Van de tien nummers zijn er negen door Vanessa geschreven. Wat muziekstijl betreft is zij niet in een hokje onder te brengen. Op “Honey Up” horen we stijlen, die uiteenlopen van blues en jazz tot funk en rock. De swingende opener “Sweatin’ Like A Pig, Swingin’ Like An Angel” zet meteen de toon, die niet meer wordt losgelaten. Wat volgt is een interessante en aantrekkelijke mix van stijlen, als soul in “Icarus” met Collier zowel op sax als akoestische gitaar, de blues in “Bless Your Heart”, waar ze de resonatorgitaar oppakt, het swingende “You Get What You Get”, en het rockende “Love Me Like A Man”, de enige cover op het album. Een prima cd.

Website: www.vanessacollier.com


Reacties

Bruce Katz kan terugkijken op een indrukwekkende carrière. Op zijn vijfde begon hij met pianospelen. Hij speelt piano, orgel en basgitaar, studeerde aan het Berklee College of Music, waar hij van 1996 tot 2010 verbonden was als docent. Hij heeft onder meer Big Mama Thornton, Ronnie Earl, Gregg Allman, Delbert McClinton, Duke Robillard begeleid. Daarnaast is hij ook met een eigen band actief. Zijn tiende album “Get Your Groove!” is onlangs verschenen op het American Showplace Music label.

Op dit album wordt Katz begeleid door Chris Vitarello (gitaar, zang) en Ray Hangen (drums) en zijn ABB-er Jaimoe (drums) en Matt Raymond (bas) op een aantal nummers te horen. Van de elf nummers zijn er negen originals te horen. Wat stijl betreft voert de blues de boventoon, waarbij uitstapjes naar jazz en soul zeker niet worden geschuwd. Het is niet verwonderlijk dat de cd wordt gedomineerd door orgel en piano, maar het voert te ver om te beweren dat dit uitsluitend pianoblues is. Daarvoor wordt voldoende ruimte gecreëerd voor het gehele palet. Muzikaal zit het allemaal prima in elkaar. Het zijn goede nummers gespeeld door goede muzikanten, die er meer dan genoeg hun ziel hebben gelegd. Een van de nummer die wat mij betreft een bijzondere vermelding verdienen is de aan de overleden drummer Butch Truck opgedragen “Freight Train”. Hij was samen met Duane en Greg Allman en de hier aanwezige Jaimoe een van de oprichters van de Allman Brothers Band. Ook het door Vitarello gezongen en meegeschreven “Wasn’t My Time” maakt indruk. Een prima album.

Website: www.brucekatzband.com 

Reacties

De gebroeders Bennett zijn geboren en opgegroeid in Bay Bridge Brooklyn, een wijk van New York. Na jaren van muziek maken, waarbij zij het podium deelden met onder meer B.B. King, Rick Danko, Bo Diddley werden gitarist Jimmy Bennett en bassist Peter Bennett door Levon Helm onder de hoede genomen. Resultaat was dat zij als The Midnight Rambles het voorprogramma mochten verzorgen in diens club en zij op talloze opnamen meespeelden  van artiesten die in de studio van Helm kwamen opnemen.

En nu is onder de titel “Not Made For Hire” een eerste cd verschenen van de broers. Hierop vinden we elf door Jimmy Bennett zelfgeschreven nummers. Begeleiding wordt geleverd door drummer Lee Falco (bekend van Donald Fagan) en de bekende toetsenman John Ginty. Linda Pino neemt op een van de nummers de zang voor haar rekening. Wat stijl betreft zit de band midden in de stevig rockende blues. Niets wereldschokkends of revolutionairs, maar gewoon prima uitgevoerd. Mijn persoonlijke favorieten zijn “Rocking Chair” en “Walk With The Devil”. Een prima plaat.

Website: www.thebennettbrothersband.com

Reacties (1)

Degene die de naam Kat Riggins nog niets zegt heeft het afgelopen jaar echt onder een steen geleefd. Kat heeft getoerd met Fat Harry & the Fuzzy Licks, maakte deel uit van de theatershow ‘Johan Derksen keeps the blues alive’ en was ook op de Nederlandse tv te zien. Katriva Riggins is in 1970 geboren in Miami, Florida en raakte door de uitgebreide muziekverzameling van haar ouders steeds meer geïnteresseerd in muziek, zong in de kerk en later in clubs. Zij maakte twee eerdere, goed ontvangen cd’s en momenteel ligt haar derde album, getiteld “In The Boys’ Club” in de winkels of is anderszins verkrijgbaar.

Op de cd wordt Kat Riggins begeleid door Darrell Raines (gitaar, toetsen), George Caldwell (bas) en Johnnie Hicks (drums). Als gasten zijn nog de gitaristen Josh Rowand en Albert Castiglia, en harmonicaman Clay Goldstein te horen. Alle twaalf nummers zijn door Kat zelf geschreven. Muzikaal gezien bevindt haar muziekstijl zich binnen de soulvolle blues. Daarbij is zij niet bang om ook countryblues (“Troubles Away”) en stevige rockend werk (“Kitty Won’t Scratch”, “Johnny Walker”) te vertolken. De band staat als een huis, waarbij bas en drums voor het vaste fundament zorgen, waar de andere muzikanten op kunnen bouwen. Zoals half Nederland inmiddels heeft kunnen horen beschikt zij over een prima soulvolle en soepele stem. En ook dat wordt op dit album duidelijk gemaakt. Bijzondere vermelding verdienen naar mijn mening de mooie slowblues “Hear Me” en de blues “Cheat Or Lose”. Een zeer geslaagd album.

Website: www.katriggins.com 

Reacties (3)

Iemand die alweer enkele jaren flink aan de weg timmert is JP Soars. Geboren in 1969 in Californië groeide hij op in Arkansas en woont nu in Florida. Hij heeft gespeeld in metalbands en liet zich beïnvloeden door Wes Montgomery en Django Reinhardt. Deze uitersten zijn terug te horen in zijn gitaarspel. Een van zijn specialiteiten is het bouwen en bespelen van 2-snarige sigaardoos gitaren.

Met “Southbound I-95” is onlangs de vierde cd van JP Soars verschenen met daarop vijftien nummers, waarvan dertien door hemzelf geschreven zijn. Hij wordt begeleid door een keur aan muzikanten, achttien in totaal, waaronder Chris Peet (drums, percussie, bas), Travis Colby (toetsen) en de gitaristen Jimmy Thackery, Albert Castiglia en Paul DesLauriers om er maar een paar te noemen. Als rode draad lopen zijn verhuizingen van Californië via Arkansas naar Florida over het album heen. Dit in nummers als “Ain’t No Dania Beach”, “Southbound I-95”, “Born In California” en “Deep Down In Florida”. Muzikaal en tekstueel zit het wel goed met Soars. Hij is een goed muzikant, die de aandacht van de luisteraar weet vast te houden. Wat stijl betreft staat hij tot aan zijn enkels in de blues. Mijn favoriete nummers zijn het instrumentale “Across The Desert”, waarin Soars een Portugese folkgitaar bespeelt, de Muddy Waters cover “Deep Down In Florida” met Albert Castiglia, en het autobiografische “Born In California”. Een prima cd.

Website: www.jpsoars.com

Reacties (3)

Big Apple Blues is een vijfmansband uit, de naam geeft het al weg, New York. De band bestaat uit Admir ‘Dr. Blues’ Hadzic (bas), Barry ‘The Baron Of The Blues’ Harrison (drums), Zach Zunis (gitaar), Jim Alfredson (toetsen, hammond B3) en Anthony Kane (harmonica). Zij debuteerde in 2015 met het conceptalbum “Energy”, dat het gevoel van een dagje New York weergaf.

Met hun tweede cd “Manhattan Alley” wil de band met tien eigen instrumentals het leven, de creativiteit en de stad van hun afkomst vieren. Big Apple Blues wordt hier verder ondersteund door vrienden met saxofoon, percussie en op een van de nummers een contrabas. Het vette B3-geluid doet bij wijle denken aan een Jimmy Smith of een Booker T. En gitaar en harmonica zorgen voor het bluesgeluid. Het resultaat is een zeer aangename cd geworden. Verwacht geen sensationeel of revolutionair geluid. Nee, het blijft allemaal netjes binnen de lijntje. Maar daar is niets mis mee; het wordt gewoon bijzonder goed gedaan. Het geheel swingt lekker en het is moeilijk op deze ritmes stil te blijven zitten. Het voordeel van instrumentale nummers is, dat je er iedere titel aan kan hangen. Daar is meteen gebruik van gemaakt bij de opener, die de titel “You Gotta Start Somewhere” meekreeg. Andere nummers die wat mij betreft een speciale vermelding verdienen zijn het funky en smerig klinkende “Steamroller” en het jazzy “Deep Talkin’”. Een leuke cd

Website: www.bigappleblues.com 

Reacties (3)

Als je aan muziek uit Brazilië denkt, dan is dat eerder samba en lambada en niet meteen de blues. Toch kijken de laatste jaren veel goede bluesmuzikanten, die in eigen land al een behoorlijk status hebben weten te verwerven, over de grens. Een paar van die namen zijn Felipe Cazaux, Artur Menezes en Yuri Apsy. Een vierde naam die opduikt is Celso Salim. In eigen land heeft hij sinds 2001 vijf eigen albums uitgebracht voordat hij in 2014 naar Los Angeles verhuisde. Met de aldaar gevormde Celso Salim Band grossiert hij in prijzen en nominaties, maakt hij indruk met zijn optredens en nu is ook de eerste cd verschenen, getiteld “Mama’s Hometown”.

De band bestaat uit gitarist Celso Salim, Rafael Cury (zang), David Fraser (toetsen), Mike Hightower (bas) en Lynn Coulter (drums). Op “Mama’s Hometown” staan negen nummers, waarvan er achter door Salim zijn (mee)geschreven. Wat stijl betreft hoor je onmiskenbaar de blues, en dan aangevuld met invloeden uit jazz, soul en country. Zanger Cury heeft een soepele, wat rauwe stem, die mooi bij het genre past. Salim is een veelzijdig en smaakvol gitarist. Soms fel en bijtend, dan weer zacht en lyrisch. Bijzondere vermelding verdienen de naar mijn mening de southern rocksong “Mad Dog”, de blues “Locked Out In Misery met een prachtige harmonica door gastmuzikant Darryl Carriere, en de traditional met dobro gespeelde “In My Time Of Dying”. Een prima cd en een aangename kennismaking met deze band.

Website:www.celsosalim.com

Reacties (2)

The Furious Seasons is een akoestisch trio uit Los Angeles, bestaande uit David Steinhart (zang, akoestisch gitaar, percussie), zijn broer Jeff Steinhart (bas, toetsen) en P.A. Nelson (akoestische en elektrische gitaren, zang). Zij combineren de schrijverskwaliteiten van David Steinhart met grote muzikaliteit.

Met “Now Residing Abroad” is onlangs hun zesde album verschenen met daarop dertien nummers, waarvan er twaalf eigen composities. De titel slaat op mensen die om welke reden dan ook hun land moeten ontvluchten, of wiens anders of grootouders dit moesten doen, en nu vreemdelingen zijn in hun eigen land. Ook de situatie na de verkiezing van Trump wordt aangehaald. Niet dat dit een politieke plaat geworden is, maar het is wel de rode draad die er doorheen loopt. Verwijzingen hiernaar zijn te horen in nummers als “Tethered”, “The Loyal Canadians” en “Marathon”. Door de bezongen onderwerpen zou je een boze en venijnige plaat verwachten, maar de heren weten dit alles te verpakken in mooi uitgevoerde nummers. Mijn favorieten zijn “So Sorry Adele” en het al eerder genoemde “Tethered”.

Website: www.thefuriousseasons.com

Reacties (2)

Samantha Martin en haar elfkoppige band Delta Sugar wonen in Toronto, Canada, maar zouden zo uit Memphis kunnen komen. Na een EP in 2004 volgden voor haar nu vier cd’s, waarvan twee met haar huidige band. De eerste met deze formatie, “Sending The Nightingale” in 2015, zorgden voor een goede verkoop, een aantal nominaties en flink wat optredens. “Run To Me” zou deze lijn moeten gaan voortzetten.

Op de cd staan tien zelfgeschreven nummers. Deels alleen door Samantha Martin en deels in samenwerking met gitarist Custis Chaffey of Suzie Vinnick, die als zangeres haar eigen succesvolle carrière heeft. Zoals ik al schreef zou het gezelschap zo uit Memphis kunnen komen. De bij die stad zo typerende soul- en blues is rijkelijk vertegenwoordig op de cd. Goede soulvolle zang met dat mooie rafeltje en een stevig ondersteunende band, die met de blazerssectie het soulgevoel weet neer te zetten. De tien nummers zijn goed geschreven en gaan ergens over. Zoals de liefde, over vallen-en-opstaan, boosheid of de problemen die een moeder ondervindt. Bijzondere vermelding verdienen volgens mij de ballad “Will We Ever Learn” over vallen en opstaan, en “Only So Much” over een moeder die worstelt met de problemen van het dagelijkse bestaan. Een klasse cd.

Website: www.samanthamartinmusic.com


Reacties (3)

Ondanks mooi solowerk is Eddie Taylor toch voornamelijk bekend als begeleider van Jimmy Reed en andere bluesartiesten als John  Lee Hooker en Big Walter Horton. Zijn stijl had de Deltablues als stevige basis, maar Taylor was veelzijdiger dan dat. Hij leverde strakke shuffles waar nodig, maar kon het geheel ook als geen ander laten swingen. Hoewel hij net als zijn tijdgenoten deel uitmaakte van de overgang van de country- naar cityblues van de jaren vijftig bereikte hij nooit de bekendheid die een Muddy Waters, Howlin’ Wolf en Jimmy Reed wel deel werd.

Edward Taylor werd op 29 januari 1923 geboren in Benoit, Mississippi, midden in het gebied dat de Mississippi Delta wordt genoemd. Zijn ouders Joseph Taylor en Mamie Gaston scheidden toen Eddie nog heel jong was. Hij bleef bij zijn moeder en, omdat er gewerkt moest worden op haar boerderij, bleef Eddie weg van school. In 1936 kreeg hij een gitaar. Hij kreeg les van een lokale muzikant, die ‘Popcorn’ werd genoemd en verder leerde hij zichzelf spelen. Inspiratie kreeg hij onder meer door te kijken en luisteren naar zijn helden als Robert Johnson, Charley Patton en Robert Petway. In zijn jeugd speelde Eddie in locaties rond Leland en Clarksdale, Mississippi en hij leerde daar zijn twee jaar jongere vriend Jimmy Reed gitaar spelen.

Vanwege de betere economische kansen vertrok Eddie Taylor net als veel van zijn tijdgenoten naar het noorden. Vanaf 1940 woont hij een aantal jaren in Memphis en in 1949 komt hij in Chicago aan. Daar maakte hij vrij snel deel uit van de bluesscene van die stad. Hij speelde er met harmonicaman Floyd Jones en gitarist Snooky Pryor. En met zijn oude maat Jimmy Reed, die ook naar Chicago was verhuisd. Hoewel hij nooit een grote ster is geworden maakte hij een belangrijk deel uit van de bluesscene in Chicago. Het gerucht gaat dat een jonge bluesgitarist met de naam Freddie King hem in Chicago zag spelen en werd beïnvloed door mensen als Taylor en Robert Jr. Lockwood. Hij is op talloze nummers te horen, die in de Vee-Jay studio’s werden opgenomen en hij werd tijdens de vijftiger en zestiger jaren de vaste begeleider van Jimmy Reed. Jimmy Reed stond bekend om zijn nogal vrije aanpak van ritmes en maat houden. Eddie Taylors gitaarspel vormde in feite het cement, dat de hele zaak bijeen hield. Taylor is te horen op de Jimmy Reed hits “You Don’t Have to Go”, “Baby What You Want Me to Do”, “Honest I Do”, en “Ain’t That Lovin’ You Baby.” Al vanaf Reeds tweede sessie bij Vee-Jay was Taylor erbij. Zijn eigen kans kwam in 1955 met zijn debuutsingle “Bad Boy”, waarbij Reed harmonica speelde. Zijn volgende single leverde nog twee onsterfelijke nummers op, "Ride 'Em on Down" en "Big Town Playboy”.  En zijn laatste twee opnamen voor Vee-Jay, "You'll Always Have a Home" en "I'm Gonna Love You", waren niet minder beduidend.

Taylors platen verkochten niet zo goed als die van Jimmy Reed, waardoor hij meer de rol van begeleider kreeg toebedeeld. Hij werkte met John Lee Hooker, John Brim, Elmore James, Big Walter Horton, Sam Lay en vele anderen. Dit was de rol die hij had tot hij bij het Advent label in 1972 de lp “I Feel So Bad” uitbracht, waarmee duidelijk werd dat Eddie Taylor meer was dan alleen maar een begeleider. Het Earwig label bracht in 1976 de plaat “Original Chicago Blues”, waarop Taylor te horen is met Kansas City Red en Big John Wrencher. Met Earring George Mayweather maakte hij een aantal opnamen, waaronder "You'll Always Have a Home" and "Don't Knock at My Door”. Een aantal ervan verschenen als singles, waarvan de door Vee Jay Records uitgebrachte “Big Town Playboy” en “Bad Boy” lokale hits werden. Maar commercieel succes kwam eigenlijk nooit.

Later, toen Taylor eigenlijk al min of meer met pensioen was, was hij de vaste gitarist bij Peter Dames and the Chicago River Blues Band, later bekend als Peter Dames and the Rhythm Flames. Op het album “Be Careful How You Vote” van Sunnyland Slim is Taylor op enkele nummers als leadgitarist te horen. Hij trad af en toe met Slim op in de tachtiger jaren.

Taylors vrouw Vera was zelf ook blueszangeres en zij was de nicht van de bluesartiesten Eddie ‘Guitar’ Burns en Jimmy Burns. Hun kinderen Eddie Jr., Larry, Milton, Tim, Demetria, Brenda en Edna werden zelf bluesmuzikanten. Vera, Eddie Jr en Larry hebben zelf platen opgenomen.

Eddie Taylor stierf op 25 december 1985 op 62-jarige leeftijd in Chicago. Hij is begraven in een omgemarkeerd graf op Restvale Cemetery in Alsip, Illinois. In 1987 is hij postuum opgenomen in de Blues Hall of Fame.

Reacties (1)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl